Open brief aan Veronica / Lettre ouverte à Veronica
Lieve Veronica, op 4 juli vorig jaar ben jij overleden. Dat is nu negen maanden geleden. Het lijkt me dat dit genoeg was om een beetje te wennen aan je nieuwe relatie met de mensen die je hier hebt achtergelaten en dat je misschien zou willen weten hoe het sommigen van hen inmiddels is vergaan. Deze open brief gaat je inzicht verschaffen in het leven zoals het er vanuit mijn perspectief tot nu toe uit heeft uitgezien zonder jou. Een relaas van hoogtepunten en dieptepunten zoals jij ze zou hebben beleefd als je over mijn schouder mee had kunnen kijken. Ik schrijf steeds een klein stukje want het wordt een heel verhaal, kijk dus geregeld om te zien hoe het zich gaat ontrollen.
De dag dat je overleed verliep grotendeels normaal. De avond ervoor hadden we in Château Les Merles gegeten met Cathie en Christian Bordenave. Jij wist hun ervan te overtuigen dat we bij de maaltijd Bergerac Rosé zouden drinken. Best knap, want zoals de meeste Fransen vonden zij rosé eigenlijk niet echt een tafelwijn. Toch viel de aangerukte fles ze niet tegen. Het werd een geanimeerde avond en wij rolden een uurtje later tevreden ons bed in. De volgende dag zou je weer aan een nieuwe Xeloda-kuur beginnen. Je had er een week van mogen bijkomen, maar dat was niet echt gelukt. Je was ook bezorgd over de mogelijke uitslag van de scan die de week daarna in Nederland zou plaats vinden.
Zoals wel meer voorkwam was je bij het opstaan niet echt lekker, je slikte moeilijk en je voelde je een beetje duizelig. Het leek niet erg zinvol om de Xeloda toch te proberen in te nemen, vooral niet omdat we in Nederland binnen een paar dagen een gesprek met Paul de Jong zouden hebben over de mogelijkheden om over te stappen op een ander produkt. Je kroop dus weer lekker in bed terwijl ik verder ging met mijn ochtendrituelen en me ging voorbereiden op de komst van Nicole (de vrijdag-werkster) om 9 uur. Maar toen Nicole kwam was je nog niet uit bed en je zou er ook de rest van de dag niet meer echt uit komen. Nicole zorgde dat je af en toe wat te eten en te drinken tot je nam en toen enige tijd later Dany en haar ex-echtgenoot Bernard op de koffie kwamen zat je rechtop in bed honderduit te kletsen en werd het zelfs een soort van gezellig. Bernard mocht binnen niet roken, dus hield ik hem bezig op het terras. Niemand maakte zich zorgen, Veronica was niet lekker maar dat gebeurde wel vaker. Een chemokuur is niet echt niks.
Vanwege de duizeligheid wilde je graag naar en van de WC begeleid worden, het was dus fijn dat Dany er was om je daarbij te helpen. Je liep duidelijk onzeker, hetgeen ik toeschreef aan je duizeligheid.
Toen Dany en Barnard weg waren heb ik toch je Nederlandse specialist, Paul de Jong, maar even gebeld om te vragen of we op de goede weg waren en hij vroeg mij om de symptomen die je had. Hij vond deze niet overmatig verontrustend maar suggereerde wel onze Franse huisarts te vragen langs te komen, gewoon omdat de mogelijkheid bestond dat wij met z’n allen toch iets over het hoofd zagen. Deze kwam om een uur of 7, dus na zijn eigen spreekuur, nam je pols en je bloeddruk op en zei geen reden tot zorgen te zien. Hij gaf je een recept voor een middel tegen de misselijkheid, want je had moeite je gewone geneesmiddelen binnen te houden. Hij zei na het weekend wel weer langs te zullen komen en nam afscheid. Ik reeds even snel heen en weer naar de apotheek voor de antimisselijkheids zuigtabletten en begon met het voorbereiden van een soort maaltijd. Je had de hele dag door alleen maar kleine hapjes gegeten, maar in de ijskast vond ik nog een paar lekkere restjes. Rond half negen riep je me of ik je naar de WC wilde helpen en vanaf dat moment ging het niet meer goed met je. Je leek wel een totale spierverslapping te hebben, want ik kreeg niet genoeg greep op je om je te ondersteunen bij je gang naar de WC. Ik probeerde nog of ik je erheen zou kunnen dragen, maar we zegen samen giechelend op de vloer en ik moest je daar laten liggen omdat ik niets meer met je slappe lijf kon, je woog wel duizend kilo, leek het. Je kon ook je armen niet meer om mijn schouders slaan. We spraken even kort over de noodzaak je snel opgenomen te krijgen in het ziekenhuis, al was het maar voor één nacht, werden het er snel over eens en ik belde direct de ambulancedienst.
Twintig minuten later hoorde ik de sirene al over de route du Château aan komen rijden.